Inhoudsopgave
- Wat verandert er voor flexi-jobs vanaf 1 juli 2026
- Wat is de aanwezigheidsregistratie voor flexi-jobwerknemers
- Welke registratiesystemen aanvaardt de RSZ
- Waarom kiezen voor een elektronisch tijdsregistratiesysteem
- Wat riskeer je bij een gebrekkige registratie
- Zo zet je de aanwezigheidsregistratie correct op
- Aanwezigheidsregistratie voor flexi-jobs met GeoDynamics
- Vraag een demo aan
- Veelgestelde vragen over flexi-jobs en aanwezigheidsregistratie
Sinds 1 juli 2026 zijn flexi-jobs mogelijk in zowat alle sectoren van de private en de openbare sector, op enkele uitzonderingen na.
De wet van 28 juni 2026 werd op 2 juli 2026 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
Voor duizenden werkgevers die nooit eerder met flexi-jobbers werkten, wordt het stelsel dus plots relevant.
En daarmee ook een verplichting die vaak over het hoofd wordt gezien: de aanwezigheidsregistratie van je flexi-jobwerknemers.
Registreer je hun prestaties niet correct, dan kan de RSZ het voordelige flexi-statuut schrappen en alsnog gewone socialezekerheidsbijdragen opeisen.
In dit artikel lees je wat er precies verandert, welke registratiesystemen de RSZ aanvaardt, welke gegevens je hoelang moet bewaren en waarom een elektronische tijdregistratie in de praktijk de veiligste keuze is.
Wat verandert er voor flexi-jobs vanaf 1 juli 2026
Tot voor kort waren flexi-jobs beperkt tot een gesloten lijst van sectoren, zoals de horeca, de retail en de kapperszaken.
Sinds het derde kwartaal van 2026 draait die logica volledig om.
Flexi-jobs zijn voortaan in principe overal toegelaten, tenzij een sector uitdrukkelijk kiest voor een opt-out.
Concreet betekent dit dat ook werkgevers in de bouw (PC 124), de schoonmaak (PC 121), de installatiesector, de technische dienstverlening en het groenonderhoud met flexi-jobwerknemers aan de slag kunnen. Geen van die paritaire comités heeft een uitsluiting gevraagd.
Nieuw is ook dat zorgfuncties niet langer uitgesloten zijn, op voorwaarde dat de werknemer over de vereiste diploma’s en kwalificaties beschikt.
Voor de gezondheidssector, inclusief de kinderopvang, kan het aandeel flexi-tewerkstelling wel begrensd worden tot een maximumpercentage van het totale arbeidsvolume.
Welke sectoren en functies blijven uitgesloten
De lijst met uitsluitingen is kort, maar bevat veel detail.
Let vooral op: de uitsluitingen zitten vaak op het niveau van een werkgeverscategorie, niet op dat van het volledige paritair comité.
- Dienstboden (PC 323, werkgeverscategorie 037).
- Begrafenisondernemers (PC 320, werkgeverscategorie 320), behalve arbeiders die activiteiten van een gelegenheidswerknemer uitoefenen.
- Landbouw (PC 144, werkgeverscategorieën 193 en 293).
- Tuinbouw (PC 145), met uitzondering van de aanleg en het onderhoud van parken en tuinen. Concreet zijn enkel de werkgeverscategorieën 194, 494 en 594 uitgesloten. Groenonderhoud kan dus wél met flexi-jobbers werken.
- Zeevisserij (PC 143), behalve het walpersoneel (categorie 019) en het pakhuispersoneel (categorie 086). In de visveilingen (categorie 186) is een flexi-job niet mogelijk.
Daarnaast blijven twee groepen permanent uitgesloten, ongeacht de sector: artistieke, artistiek-technische en artistiek-ondersteunende functies, en sekswerkers.
Check dus altijd je exacte paritair comité én werkgeverscategorie.
Val je onder PC 145, dan maakt het een wereld van verschil of je in de sierteelt of in de tuinaanleg actief bent.
De actuele stand van zaken vind je bij de RSZ.
Kan je sector later nog uitstappen
Ja. Een sector kan flexi-jobs volledig of gedeeltelijk uitsluiten via een sectorale cao en een aanvraag bij de RSZ.
Die uitsluitingen worden pas actief via een koninklijk besluit dat het toepassingsgebied afbakent op basis van controleerbare criteria: paritair comité of subcomité, werkgeverscategorie of NACE-code.
Normaal gebeurt dat jaarlijks, met inwerkingtreding op 1 januari. Voor het overgangsjaar 2026 geldt een uitzondering: uitsluitingen kunnen per kwartaal worden doorgevoerd.
Aanvragen die uiterlijk op 30 juni 2026 bij de RSZ toekwamen, kunnen ten vroegste op 1 oktober 2026 in werking treden.
Kortom: de situatie van vandaag is niet noodzakelijk die van volgend kwartaal.
Volg de beslissingen van je eigen paritair comité op via je sociaal secretariaat.
Wat is de aanwezigheidsregistratie voor flexi-jobwerknemers
Wat is de aanwezigheidsregistratie van flexi-jobs? Het is de wettelijke verplichting om voor iedere afzonderlijke flexi-jobwerknemer het juiste tijdstip van begin en einde van de arbeidsprestatie te registreren en bij te houden, zodat de RSZ en de sociale inspectie achteraf kunnen controleren wanneer die persoon precies gewerkt heeft.
Die verplichting bestaat al langer voor de klassieke flexi-sectoren. Door de uitbreiding wordt ze nu op veel meer bedrijven van toepassing.
Belangrijk om te weten: de registratie is geen formaliteit die je achteraf even rechttrekt.
Begin en einde moeten worden vastgelegd op het moment dat ze plaatsvinden. Een uurrooster of een planning achteraf invullen volstaat niet.

Welke registratiesystemen aanvaardt de RSZ
De administratieve instructies van de RSZ sommen vijf mogelijkheden op.
Welke voor jou relevant zijn, hangt af van het type flexi-arbeidsovereenkomst dat je afsluit.
Eerst dit: mondelinge of schriftelijke overeenkomst
Je keuze voor een mondelinge of een schriftelijke flexi-arbeidsovereenkomst bepaalt hoe je aangeeft én registreert.
- Mondelinge overeenkomst: je doet een dagdimona met vermelding van het begin- en einduur. Die aangifte geldt meteen als registratie van de prestatie.
- Schriftelijke overeenkomst: je doet een Dimona voor een periode van maximaal één kwartaal. Daarbovenop moet je een aparte aanwezigheidsregistratie voeren, want de Dimona zegt enkel dat iemand kán werken in die periode, niet wanneer die persoon effectief aan de slag was.
Werk je met een raamovereenkomst en een periode-Dimona, dan heb je dus sowieso een registratiesysteem nodig.
Dat is de situatie waarin de meeste bouw-, installatie- en schoonmaakbedrijven terechtkomen.
Elektronisch systeem van tijdsopvolging
Dit is hetzelfde type systeem dat ook voor deeltijdse arbeid wordt gebruikt: een sluitende digitale registratie per werknemer.
Denk aan een badgesysteem, een terminal op de werf of een app op de smartphone van je medewerker.
Het grote voordeel is dat je flexi-jobbers, vaste medewerkers en deeltijdsen op exact dezelfde manier registreert.
Eén systeem, één dataset, één controlespoor.
Het alternatief systeem van aanwezigheidsregistratie
Het alternatief systeem van aanwezigheidsregistratie (ASA) wordt door de RSZ zelf aangeboden via de portaalsite en is gerelateerd aan en complementair met Dimona.
Het is beschikbaar voor alle sectoren waar flexi-jobs mogelijk zijn.
ASA is gratis, maar wel manueel. Iemand moet elke aankomst en elk vertrek ingeven.
Bij een handvol flexi-jobbers is dat werkbaar, bij tientallen medewerkers op wisselende locaties wordt het snel foutgevoelig.
GKS en digitale tachograaf
- Geregistreerd kassasysteem (GKS): de witte kassa, enkel bij een tewerkstelling in de horeca.
- Digitale tachograaf: enkel bij een tewerkstelling in de sector van de autobussen en autocars (PC 140.01).
Val je buiten die twee sectoren, dan blijven dus ASA of een elektronisch systeem over.
Welke gegevens moet je bijhouden en hoe lang
Voor een elektronisch systeem van tijdsopvolging legt de RSZ vier concrete eisen op. Die worden vaak vergeten bij de keuze van een tool.
- Volledige registratie: de identiteit van de werknemer, de periode waarop de gegevens betrekking hebben, en per dag het begin en het einde van de prestaties én de rustpauzes, geregistreerd op het moment dat ze beginnen of eindigen.
- Raadpleegbaar: de gegevens moeten consulteerbaar zijn door de betrokken werknemers en door de sociale inspectie.
- Vijf jaar bewaren: de opgetekende gegevens hou je vijf jaar bij, op papier of elektronisch.
- Vakbondsafvaardiging: die moet haar bevoegdheden over het systeem en de gegevens kunnen uitoefenen conform cao nr. 5.
Die bewaartermijn van vijf jaar is in de praktijk het argument tegen papier of een losse Excel. Wie na drie jaar niets meer kan terugvinden, staat bij een controle met lege handen.
Waarom kiezen voor een elektronisch tijdsregistratiesysteem
Een dagdimona of ASA kan formeel volstaan.
Maar bij een controle wil je vooral kunnen aantonen dat je registratie sluitend en betrouwbaar is.
Daarvoor is een elektronisch systeem veruit de meest robuuste keuze.
De voordelen op een rij:
- Automatisch en accuraat: begin, einde en pauzes worden objectief vastgelegd op het moment zelf, zonder reconstructie achteraf.
- Controlebestendig: de gegevens zijn niet zomaar aanpasbaar en elke correctie laat een spoor na.
- Vijf jaar archief zonder omkijken: de wettelijke bewaartermijn zit ingebouwd in plaats van in een archiefkast.
- Eén systeem voor iedereen: flexi-jobbers, vaste medewerkers, deeltijdsen en interims registreren op dezelfde manier.
- Mobiel inzetbaar: ideaal voor veldwerkers die niet op een vaste locatie starten, bijvoorbeeld in de bouw, de schoonmaak of de service en onderhoud.
- Direct bruikbaar in je administratie: via de koppeling met je loon- en ERP-pakket stromen de uren automatisch door naar de loonverwerking en de facturatie.
Wie zijn tijdregistratie digitaliseert, voldoet dus niet alleen aan de flexi-jobverplichting.
Je wint tegelijk tijd op de loonverwerking en je vermijdt discussies over gepresteerde uren.

Wat riskeer je bij een gebrekkige registratie
De aanwezigheidsregistratie is geen vrijblijvend advies.
Ontbreekt ze, of is ze onvolledig, dan zijn de gevolgen zwaar.
Wordt een flexi-jobwerknemer op de werkplek aangetroffen zonder dat begin- en einduur correct geregistreerd zijn, dan geldt het vermoeden dat die persoon het volledige betrokken kwartaal voltijds als gewone werknemer heeft gewerkt. Behoudens tegenbewijs.
Dat vermoeden is de duurste passage uit de hele regelgeving.
Het gaat dus niet enkel over de dagen die je vergat te registreren, maar over het hele kwartaal.
Het tegenbewijs leveren zonder een sluitend registratiesysteem is bovendien bijzonder lastig.
Waar je op het flexiloon normaal enkel een bijzondere patronale bijdrage van 25 procent betaalt, ben je na herkwalificatie de gewone socialezekerheidsbijdragen verschuldigd.
Daarnaast moet je de werknemer een stuk loon bijbetalen.
Daarbovenop komt het strafrechtelijke luik. Een flexi-jobwerknemer tewerkstellen zonder het juiste begin- en einduur te registreren en bij te houden, is een inbreuk van niveau 3 volgens het Sociaal Strafwetboek. Dat kan leiden tot een strafrechtelijke of een administratieve geldboete.
Een correcte registratie beschermt je met andere woorden tegen een dubbel financieel risico: de bijdragen én de boete.
Zo zet je de aanwezigheidsregistratie correct op
Start je binnenkort met flexi-jobbers? Doorloop dan deze vijf stappen voordat de eerste medewerker aan de slag gaat.
- Check je paritair comité én je werkgeverscategorie. Ga na of er een uitsluiting geldt of op komst is. In 2026 kan dat nog per kwartaal wijzigen.
- Sluit een schriftelijke raamovereenkomst. Die is verplicht vóór de eerste prestatie en legt het kader vast waarbinnen je de flexi-arbeidsovereenkomsten afsluit.
- Kies je type flexi-arbeidsovereenkomst. Mondeling met een dagdimona per prestatie, of schriftelijk met een periode-Dimona plus aanwezigheidsregistratie.
- Instrueer je ploegbazen en medewerkers. Aan- en afmelden moet een automatisme worden, ook bij korte prestaties of een onverwachte extra shift.
- Controleer wekelijks. Loop de registraties na op ontbrekende afmeldingen. Zo herstel je fouten voor ze een volledig kwartaal besmetten.
Werk je in de bouw, dan combineer je die registratie het best meteen met je aanwezigheidsregistratie voor CheckIn@Work. Twee verplichtingen, één handeling op de werf.
Aanwezigheidsregistratie voor flexi-jobs met GeoDynamics
Met de mobiele tijds- en aanwezigheidsregistratie van GeoDynamics registreer je in enkele tikken het begin- en einduur van elke medewerker, ook van je flexi-jobwerknemers.
Je gegevens zijn digitaal bewaard, betrouwbaar en klaar voor een controle door de RSZ of de sociale inspectie.
Je medewerkers melden zich aan via een badge, een terminal of de jobregistratie-app op hun smartphone.
Daardoor werkt het systeem net zo goed op een vaste site als op een wisselende werf.
Of je nu actief bent in de bouw, de schoonmaak, de installatie, het groenonderhoud of de technische dienstverlening: je legt alle prestaties vast in één systeem en vermijdt discussies achteraf. Zo speel je meteen correct in op de uitbreiding van de flexi-jobs.
Vraag een demo aan
Benieuwd hoe de aanwezigheidsregistratie van je flexi-jobbers er in de praktijk uitziet?
We tonen je graag in een korte demo hoe je alles sluitend registreert, zonder extra administratie voor je ploegbazen.
Veelgestelde vragen over flexi-jobs en aanwezigheidsregistratie
Hieronder vind je de vragen die werkgevers ons het vaakst stellen sinds de uitbreiding van het flexi-jobstelsel. Twijfel je over jouw specifieke situatie, stem dan altijd af met je sociaal secretariaat.
Ja. Als werkgever moet je voor iedere afzonderlijke flexi-jobwerknemer het juiste tijdstip van begin en einde van de arbeidsprestatie registreren en bijhouden. Werk je met een schriftelijke overeenkomst en een Dimona voor een periode, dan heb je daarvoor een apart registratiesysteem nodig. Werk je mondeling, dan volstaat een dagdimona met begin- en einduur.
De administratieve instructies van de RSZ vermelden vijf mogelijkheden: een elektronisch systeem van tijdsopvolging zoals bij deeltijdse arbeid, het alternatief systeem van aanwezigheidsregistratie (ASA) dat complementair is met Dimona, een geregistreerd kassasysteem (GKS) bij tewerkstelling in de horeca, een dagdimona met vermelding van begin- en einduur, en een digitale tachograaf bij tewerkstelling in de sector van de autobussen en autocars (PC 140.01).
Vijf jaar, op papier of elektronisch. Daarnaast moeten de gegevens tijdens die periode raadpleegbaar zijn voor de betrokken werknemers en voor de sociale inspectie. Het systeem moet ook de identiteit van de werknemer, de betrokken periode en per dag het begin en einde van de prestaties en de rustpauzes vastleggen, telkens op het moment dat die beginnen of eindigen.
Wordt de werknemer op de werkplek aangetroffen zonder correcte registratie, dan geldt het vermoeden dat hij het volledige betrokken kwartaal voltijds als gewone werknemer werkte, behoudens tegenbewijs. Je betaalt dan de gewone socialezekerheidsbijdragen in plaats van de bijzondere patronale bijdrage van 25 procent op het flexiloon. Daarbovenop gaat het om een inbreuk van niveau 3 volgens het Sociaal Strafwetboek.
Ja. Het paritair comité voor de tuinbouw (PC 145) is uitgesloten, maar de aanleg en het onderhoud van parken en tuinen valt uitdrukkelijk buiten die uitsluiting. Concreet zijn enkel de werkgeverscategorieën 194, 494 en 594 uitgesloten. Val je onder PC 145, controleer dan dus goed onder welke werkgeverscategorie je onderneming is ingeschreven.
Dat kan. Een sector kan flexi-jobs volledig of gedeeltelijk uitsluiten via een sectorale cao en een aanvraag bij de RSZ. De uitsluiting wordt pas actief via een koninklijk besluit dat het toepassingsgebied afbakent op basis van paritair comité, werkgeverscategorie of NACE-code. Voor 2026 geldt een overgangsmaatregel per kwartaal: aanvragen die uiterlijk op 30 juni 2026 werden ingediend, kunnen ten vroegste op 1 oktober 2026 ingaan.


